Denis Geers, de topman van de familiale drukkerijgroep Graphius, is de nieuwe voorzitter van de sectorfederatie Febelgra. De Oost-Vlaming wil het negatieve imago van de sector keren en de krachten bundelen met andere werkgeversorganisaties.

Een nieuwe lente, een nieuwe voorzitter. Op de algemene vergadering van Febelgra, de sectorfederatie van de grafische industrie, werd Denis Geers (40) gisteren benoemd tot de nieuwe topman van de beroepsorganisatie. Geers, een van de jongste bestuurders van Febelgra, volgt Michel Pattyn op, die de sectorfederatie zes jaar leidde. 2017 was voor de grafische industrie een groei-jaar. De totale omzet steeg met 2,5 procent naar 2,48 miljard euro (zonder de krantendrukkerijen). De 845 werkgevers in de sector stellen bijna 10.000 mensen te werk.
Met Denis Geers komt er weer een familiale ondernemer aan het hoofd van Febelgra. Samen met zijn broer Philippe Geers leidt hij de Gentse drukkerijgroep Graphius. De familiale groep is uitgegroeid tot een consolidatiemachine in de sector. Graphius overkoepelt dertien drukkerijen, heeft 370 medewerkers en haalt een geconsolideerde omzet van 76 miljoen euro. Vorige maand zette Graphius zijn eerste internationale stappen met de overname van de Franse stripdrukkerij PPO Graphic.

Hebben ze lang aan uw mouw moeten trekken om voorzitter van Febelgra te worden?

DENIS GEERS. “Ik heb wel even over die vraag nagedacht. Ik vind dat er iets moet gebeuren in de sector. Maar ik heb nu al tijd te kort, ik moet me dus organiseren om die taak op te nemen.”

Welke plannen hebt u met de federatie?

GEERS. “Ik denk dat we alle bedrijven die actief zijn in de grafische sector moeten overtuigen om lid te worden van de federatie. Febelgra moet zich aanpassen aan de diversiteit in de sector. Dat gaat van industriële spelers zoals Verstraete IML in Maldegem met 500 personeelsleden, tot de zelfstandige grafische ontwerper die geen personeel heeft. De uitdaging voor de toekomst is een organisatie uit te bouwen die zowel de grote bedrijven als de zelfstandigen een meerwaarde biedt.”

Hoe wilt u dat aanpakken?

GEERS. “Het is jammer dat enkele grote bedrijven hebben afgehaakt bij Febelgra, omdat zij vonden dat de federatie voor hen weinig kon betekenen. Dat moeten we kenteren door met verschillende pools te werken voor de doelgroepen. Ik zie drie serviceniveaus: een pool voor de industriële drukkerijen, een pool voor de middelgrote bedrijven die bijvoorbeeld vaak zelf geen hr-dienst hebben en die voor meer diensten bij de federatie aankloppen, en een pool van kleine bedrijven die tot vijf werknemers hebben. Ook de ondernemingen die actief zijn in nieuwe technologieën en activiteiten – zoals print-and-sign-ondernemingen, die panelen, banners en vlaggen bedrukken moeten we kunnen aantrekken.”

De samenwerking met Fedustria, de beroepsvereniging van de textiel-, hout- en meubelindustrie, is mislukt. Hoe komt dat?

GEERS. “Daar zijn verschillende redenen voor. We bekijken nu andere mogelijkheden. Zeker is dat Febelgra in een overkoepelende structuur zal samengaan met andere sectorfederaties en dat wij onze eigenheid zullen behouden. Alleen op die manier kun je de dienstverlening die grotere bedrijven verwachten van een federatie ook waarmaken. Febelgra heeft zes medewerkers in dienst. Daarmee kunnen we onmogelijk al onze leden optimaal ondersteunen in juridische, sociale, fiscale en milieutechnische dossiers.”

Is Febelgra te klein geworden?

GEERS. “Ja. Als sectorfederatie hebben wij geen impact op het beleid. Febelgra vertegenwoordigt net geen 10.000 werknemers. Ik denk dat we naar een koepelfederatie moeten gaan waar minstens 30.000 werknemers aan gekoppeld zijn. Die gesprekken lopen. Als we sterk naar buiten willen komen, hebben we behoefte aan schaalvergroting.
“Mijn ultieme doel is mensen weer trots te maken dat ze werken in de grafische sector. En dat we weer een jonge instroom hebben, want dat is een groot probleem. Iedereen denkt dat de grafische sector ten dode is opgeschreven. Dat is helemaal niet het geval. We zijn niet zoals de koolmijnen, maar die perceptie leeft wel. Mensen willen niet dat hun kinderen in een drukkerij werken.”

Hoe zit het met het sociale klimaat in de sector? Vorig jaar waren er nog sociale acties in de drukkerijen.

GEERS. “Het sociale klimaat is genormaliseerd. Het struikelblok toen waren de nachttoeslagen in de grafische sector, die oplopen tot 79 procent. De drukkerijen willen hun productiecapaciteit maximaal benutten. Dat kan alleen maar met nachtwerk, maar dat is heel duur. We zijn niet competitief ten opzichte van de buurlanden, en zeker niet in vergelijking met Oost-Europa. Na de sociale acties vorig jaar hebben we een akkoord gesloten over de loonnorm en is de discussie over de nachttoeslag geparkeerd in een werkgroep. Wij komen maandelijks samen met de bedoeling in juni tot een consensus te komen.”

De loonkosten blijven een heikel punt in de sector. Speelt de taxshift onvoldoende?

GEERS. “De taxshift van de federale regering heeft zeker geholpen, maar daarmee maak je de historische loonkostenhandicap niet zomaar goed. De vakbonden leggen daar elke discussie mee lam. ‘De werkgevers hebben al de taxshift gekregen’, klinkt het dan. Maar zo eenvoudig is het niet. Ons concurrentienadeel met de buurlanden is niet weggewerkt. Gemiddeld zijn de loonkosten in België 17 à 18 procent hoger dan in Frankrijk. Dat is veel.”

De grafische sector krimpt al enkele jaren. Is de bodem bereikt?

GEERS. “Ik denk het wel. De daling is niet meer zo hevig als tussen 2007 en 2014. We werden op hetzelfde moment geconfronteerd met de digitalisering en de economische crisis. Dat heeft een enorme malaise veroorzaakt in de sector. Het evenwicht tussen print en online keert terug en de economie doet het goed. De meeste grafische bedrijven zien de toekomst daardoor positief tegemoet. Maar dat sluit niet uit dat er nog heel wat consolidatie zal volgen.”

Hoe ziet u de toekomst van de grafische industrie in België?

GEERS. ”We zitten aan het einde van een negatieve trend. Tien jaar geleden was papier volgens velen afgeschreven. Dat horen we niet meer. De waarde van papier is terug, zij het in een iets andere vorm. Wat vandaag nog op papier gedrukt wordt, is vaak veel mooier en beter afgewerkt. Het zijn niet meer de gigantische oplages van weleer, maar ik merk weer enthousiasme. Dat zien we ook aan de investeringen in de sector. Voor het tweede jaar op rij wordt meer dan 100 miljoen euro geïnvesteerd.”

Wat is de grootste uitdaging de komende jaren?

GEERS. “Het imago van de sector moet beter. De war on talent speelt ook bij ons. Het talent dat we willen aanwerven, vinden we niet bij de jongeren die grafische studies hebben gedaan. Die kiezen voor andere sectoren. In samenwerking met de VDAB geven wij nu opleidingen op de werkvloer. We moeten ook veel meer inzetten op duaal leren. We moeten jongeren warm maken voor onze hoogtechnologische, creatieve sector. Velen denken dat drukkers ‘s avonds naar huis gaan met hun handen vol inkt. Dat is al lang niet meer zo!’

Is de sector voldoende innovatief om het tij te keren?

GEERS. “Onze bedrijven zijn permanent met innovatie bezig. De meeste drukkerijen werken met een webshop. Met het drukken op zich kun je het verschil niet meer maken. Vijftien jaar geleden was een bedrijfsleider van een drukkerij voor 80 procent van zijn tijd bezig met het drukwerk, vandaag nog 15 procent. Er gaat heel veel aandacht naar de brede dienstverlening rond dat drukwerk: webshopsystemen, logistiek, warehousing, noem maar op.”

© Trends 2018, Kurt De Cat